|
Leukemie bij katten
De oorspronkelijke
tekst komt van de website van Dierenkliniek
de Toren (Overgenomen
met toestemming)
Leukemie bij de kat (FeLv)
Dit is een lastig en moeilijk verhaal.
Het virus kan vele verschillende klachten veroorzaken en hoeft niet persé
dodelijk te zijn.
Mochten we bij uw kat leukemie vastgesteld hebben, dan kunt u tijdens controle
op ons spreekuur natuurlijk ruimschoots vragen stellen.
De ziekteverwekker
Leukemie wordt bij katten veroorzaakt door een virus: het Feline Leukemie Virus.
Dit virus behoort tot de groep retrovirussen. Een beruchte groep virussen die
onder ander kanker kan veroorzaken en de afweer lam kan leggen (Aids wordt
bijvoorbeeld door een retrovirus veroorzaakt).
Het vermoeden is dat lang geleden de kat in contact gekomen is met dit virus
door het vangen (bijtwonden!) van ratten die besmet waren met dit virus. De kans
dat dit gebeurt is extreem klein zodat u zich absoluut geen zorgen hoeft te
maken dat uw kat dit kan overkomen!
Wat gebeurt er als mijn kat
besmet raakt met het leukemie virus?
Er zijn verschillende mogelijkheden:
- de meeste katten reageren met kortdurende koorts, en na 1-4 maanden hebben ze
een zodanige afweer opgebouwd dat het virus weer uit hun lichaam verdwijnt.
Gedurende deze 1-4 maanden kunnen deze katten het leukemievirus uitscheiden en
andere katten besmetten. Bij sommige katten kan nog ruim drie jaar het virus in
het beenmerg worden aangetoond maar gelukkig zijn deze katten zelden
besmettelijk voor andere katten. De opgebouwde afweer geeft bescherming tegen
nieuwe infecties.
- een aantal katten (ongeveer 30 %) ontwikkelt geen voldoende afweer waardoor
het lichaam het virus niet kwijt kan raken. In het lichaam wordt voortdurend
nieuw virus gevormd en uitgescheiden. Deze katten noemen we persistente
uitscheiders of dragers. Deze katten zien er niet ziek uit maar uiteindelijk
wint het virus het (na 3-6 jaar) en overlijdt de kat aan de gevolgen van het
leukemie-virus.
Hoe raakt een kat besmet
met dit virus?
Katten worden bijna altijd besmet door dragers: dit zijn katten die het virus
bij zich hebben maar door een tekortschietende afweer het virus niet meer
kwijtraken.
Deze katten zien er niet ziek uit.
Het leukemie virus is labiel: door licht, uitdroging of wasmiddelen gaat het
virus snel dood. Opgedroogd speeksel van een kat met leukemie is dus niet
besmettelijk. Als uw kat gestorven is aan leukemie dan hoeft u uw huis niet te
ontsmetten. Een normaal reinigingsmiddel is al meer dan voldoende.
Lang en direct kontact met een drager is nodig voordat besmetting kan optreden.
Met name vindt besmetting plaats door speeksel (elkaar te wassen) en in mindere
mate door ontlasting/ urine (dezelfde kattenbak te gebruiken) en paren.
Bijtwonden spelen waarschijnlijk maar een kleine rol.
Ongeboren kittens worden in de baarmoeder al besmet.
Welke katten lopen met name
een risico?
- jonge katten: hebben nog geen goed ontwikkelde afweer. Pas vanaf 8 weken
leeftijd gaat de afweer langzamerhand beter werken. Op 16 weken leeftijd is de
afweer goed.
- katten waarbij de afweer slecht is: katten ouder dan 7 jaar, chronisch zieke
dieren, en katten met AIDS.
- Katten die voortdurend contact hebben met een drager: ze krijgen daardoor
grote aantallen virus binnen. De afweer geeft het uiteindelijk op.
Wat zijn de
ziekteverschijnselen?
Kattenleukemie is eigenlijk geen goede benaming. Het Feline Leukemie virus kan
vele soorten ziekbeelden veroorzaken, waarvan leukemie er één is.
Vaak wordt er pas leukemie-onderzoek gedaan als de kat niet reageert op de
normale behandeling van een ziekte.
Het virus groeit met name in het bloedvormend
systeem.
Dit kan de volgende problemen geven:
1. het virus doodt of beschadigt de bloedcellen. Dit leidt tot bloedarmoede
(anemie) waardoor de kat verzwakt en uiteindelijk overlijdt.
2. het virus tast de witte bloedcelvorming aan in het beenmerg. Hierdoor stopt
de vorming van witte bloedcellen waardoor de afweer hollend achteruit gaat. Door
de slechte weerstand lopen ze gemakkelijk ziektes op die de kat niet meer kwijt
kan raken. Bij katten met leukemie wordt ook vaak het FIP-virus gezien.
3. aandoeningen van het zenuwstelsel. Een langzaam verergerende verlamming van
de achterpoten kan bijvoorbeeld door het virus veroorzaakt worden.
4. voortplantingsproblemen zoals onvruchtbaarheid bij de poes en de dracht die
mislukt (foetussen worden op 4-5 weken leeftijd geabsorbeerd door de
baarmoeder).
5 kanker (lymphosarcoma). Deze vorm van kanker kan voorkomen in:
a de zwezerik (thymus), dit orgaan ligt in de borstkas. Voornaamste klacht:
ademhalingsproblemen zoals benauwdheid en hoesten. Deze vorm wordt met name
gezien bij katten van rondom de 2 ½ jaar.
b de darmen. Voornaamste klacht: afvallen en chronische diarree. Vaak is er ook
bloedarmoede aanwezig. Met name katten van rondom 8 jaar krijgen deze vorm.
c het beenmerg: de leukemische vorm. Verschijnselen: af en toe koorts, toename
(verkankerde) witte bloedcellen in het bloed en tekort aan rode bloedcellen
(bloedarmoede) . Meestal zijn de milt en lever vergroot.
d de zogenaamde multicentrische vorm: alle weefsels die lymfeklierweefsel hebben
worden aangetast. Verschijnselen: vergrote lymfeklieren, vergrote lever of milt.
6 de zogenaamde myeloide leukemie. Verschijnselen: afwijkende bloedcellen.
Zeldzaam.
In alle gevallen is er helaas (nog) geen behandeling mogelijk. Het is niet zo
dat als uw kat een van bovenstaande klachten heeft, het leukemievirus de oorzaak
ervan is!
Hoe wordt de diagnose
gesteld?
Het aantonen van afweerstoffen (antilichamen) tegen het leukemievirus heeft geen
enkele waarde.
Katten die ooit met het leukemie-virus besmet zijn geweest en vervolgens 100%
genezen zijn, hebben altijd aantoonbare afweerstoffen in het bloed.
De diagnose wordt gesteld door het virus of een gedeelte van het virus in het
bloed aan te tonen. Dit gebeurt met een zogenaamde Elisa-test. Deze test kan in
ons kliniek-laboratorium uitgevoerd worden en is erkend door de
kattenverenigingen.
De IFT-test is minder gevoelig.
Wat te doen als mijn kat
positief getest is voor het Leukemie virus?
Als uw kat ziek is, wat aanleiding was om te testen, dan heeft uw kat zeker
leukemie en zal helaas sterven. Uw kat is besmettelijk voor andere katten en mag
daarom niet naar buiten. Mocht u meerdere katten thuis hebben dan moet hij daar
apart gehouden van worden. Uw andere gezonde katten moeten dan getest worden om
te kijken of ze besmet zijn geraakt.
Als uw kat niet ziek is, maar getest is voor de fokkerij of omdat een huisgenoot
positief getest is, dan moet u uw kat na 3 maanden weer opnieuw laten testen. Uw
kat is besmettelijk voor andere katten en mag daarom in de tussentijd niet naar
buiten, en moet afgescheiden worden van eventuele andere katten in huis.
Als uw kat na 3 maanden weer opnieuw positief is dan is uw kat helaas een
drager. Uw kat blijft besmettelijk voor andere katten (en mag dus geen contact
maken met andere katten) en wordt binnen 3 jaar ziek en overlijdt.
Als uw kat na 3 maanden negatief is bij het testen dan krijgt uw kat geen
leukemie en is hij niet meer besmettelijk voor andere katten.
Zijn dit de simpele regeltjes? Nee. Er zijn gevallen bekend dat zieke
leukemische dieren genazen , dragers genazen en katten die bij de 2-de test
negatief waren toch binnen 10 maanden ziek werden en aan leukemie overleden. Dit
zijn overigens zeldzame gevallen.
Inenten
Het is mogelijk om Uw kat tegen het leukemievirus in te laten enten. Deze enting
bestaat uit een basisenting van 2 injecties, gevolgd door een jaarlijkse
inenting. Uw kat moet éérst getest worden op leukemie: positieve dieren
inenten heeft géén enkele zin:
1. als uw kat leukemie heeft dan betekent het, dat uw kat al grote hoeveelheden
virus in zijn bloed al heeft. Om een klein beetje virus(-deeltjes) door middel
van een inenting bij te geven heeft geen enkel positief of negatief effect.
2. als uw kat positief is en hij dankzij zijn eigen afweer er weer 100% bovenop
komt, dan is zijn afweer al zo goed dat het extra stimuleren van de afweer d.m.v
een inenting geen enkele zin heeft.
U dient zich te bedenken dat katten die leukemie hebben vaak ook AIDS hebben.
Hiertegen kunt U uw kat niet inenten.
Raskatten
Als er met een raskat gefokt wordt, dan moet zowel de poes als de dekkater
getest zijn op leukemie (en aids). Anders wordt er door de rasvereniging geen
stamboom verstrekt.
Door deze maatregel zijn vele raskattenverenigingen leukemie-vrij. Een goede
reden om een raskat alleen te kopen als ze een stamboom hebben!
Deze leukemie- en aidstesten worden bij ons in de kliniek uitgevoerd.
Dierenkliniek
de Toren
|