






















| |
Laat ze maar
stikken (1989)
Laat ze maar stikken, moet de beheerder van het
dienstencentrum Rubenshoek gedacht hebben, toen hij kennelijk last kreeg van
twee poezen, die achter het gebouw hun leefgebied hadden gekozen. De dieren
sliepen onder de vloer van een aangrenzend huis.
Aanvankelijk werd de toegang, een gat in de muur van de
fietsenstalling, afgedekt met een metalen rooster, zodat de dieren tenminste nog
lucht kregen, maar wel moesten uitdrogen en verhongeren. Nadat wij, gealarmeerd
door de buren, het rooster hadden open gemaakt, besloot men tot drastischer
maatregelen.
Het gat werd nu dichtgemetseld. De dieren konden nergens
meer heen en deden hun behoefte onder de slaapkamer van de buurvrouw, tot deze
door de stank en het gepiep van de katten niet meer kon slapen. Opnieuw werd
onze hulp ingeroepen.
Er zat nog maar één ding op. De zoon van de buurvrouw
had in de slaapkamer een gat in de vloer gezaagd, zodat we plat op de buik
liggend een val onder de vloer konden schuiven. Na veel gewroet in de krappe
ruimte konden de dieren gevangen worden.
Na weer op krachten te zijn gekomen, zijn de poezen
gesteriliseerd, en na een tijdje in de opvang om weer helemaal op te knappen,
weer op hun oude plek teruggezet. Eind goed al goed, maar de mentaliteit van
sommige mensen geeft wel te denken.
|