






















| |
Instinct
(Eerder gepubliceerd in Mijn Opinie nr. 1,
december 1986)
Het valt niet mee om je gedachten op papier te zetten,
wanneer je omringd bent door dieren; zelfs niet, als je iets over dieren had
willen schrijven. De vragende blik van een hond, of het klaaglijk gemiauw van
een poes voeren je gedachten naar een wereld, waar nog nimmer van pen en papier
werd gehoord. Met een "vuilnisbakje" naast me, en een oosterse
koningin op schoot, dommel ik op de bank in slaap. Op weg naar ...
Zou er een wereld bestaan waar volledige vrede heerst? In
sommige mensenharten leeft wel iets van vrede; verdraagzaamheid tegenover andere
mensen, mensen van een ander ras of tegenover dieren. Een beperkte
verdraagzaamheid, die ophoudt te bestaan wanneer afbreuk wordt gedaan aan onze
gemakken, of aan ons beschermde wereldje; die volledig verdwijnt als wij een
stapje terug moeten doen. Een zeer beperkte vrede. Hoever reikt mijn
verdraagzaamheid? Voor de deur spelen kinderen, luidruchtig krijsend. Mag ik me
eraan ergeren? Vogels krijsen ook. Ik houd van vogels.
Dieren begrijpen mensen, denk ik, voelen vaak wat een mens
voelt of denkt. Mensen denken dat zij dieren begrijpen. Dieren hebben instinct,
zegt de mens. De mens staat boven het dier ... zegt de mens. Als een dier iets
doet dat een mens niet zou doen, noemen we dat dom: "stomme hond!" Als
een mens iets doet dat de gemiddelde mens niet zou doen, noemen we dat gek:
"Idioot!"... Hoe stom of idioot zullen de dieren het menselijk gedrag
vinden?
Dieren slaan de natuur niet plat om huizen te bouwen.
Dieren zagen geen bomen om, om auto te kunnen rijden. Dieren onttrekken geen
mineralen aan de aarde, om vergiften of wapens te produceren. Daarvoor zijn
dieren te verstandig. Noem het instinct als u wilt.
Dieren doden elkaar soms, om te eten. Om te overleven.
Kat- en hondachtige dieren zijn vleeseters, dat blijkt duidelijk uit hun gebit.
Zij doden niet meer dieren dan zij nodig hebben. De restanten worden opgeruimd
door aaseters, de "vuilnismannen van de natuur"; vleeseters die zelf
niet in staat zijn een prooi te vangen. Dat is slim. Noem het instinct, als u
wilt.
Mensen doden elkaar soms, maar niet om op te eten. En niet
om te overleven. Mensen zijn van nature planteneters, dat blijkt duidelijk uit
hun gebit. Als dieren dieren eten, vindt de mens dat normaal. Als mensen dieren
eten, vindt de mens dit óók normaal. "Dieren eten elkaar toch ook
op?" luidt het argument. Inderdaad, dieren eten elkáár op.
Als de mens dan persé zo logisch wil redeneren, waarom
vindt de mens het dan niet normaal dat mensen mensen eten? Dat mensen elkáár
eten? Maar dat vindt de mens niet verstandig. Dát is slim! ... Noem het
instinct, als u wilt.
Jan Kruizinga
|