






















| |
Clowntje
Clowntje is één van de drie kittens van de wilde zwarte
pers Madonna. Madonna werd na de sterilisatie gebracht om op te knappen na de
operatie. Volgens de dierenarts had de poes geen jongen gehad. De volgende dag
werden drie verkleumde hoopjes poes van een dag oud nageleverd, die in de
struiken hadden liggen gillen van de honger en kou.
Eerst stopte ik de levensarme wezentjes in mijn hemd om ze
op temperatuur te laten komen. Ik vreesde het ergste. De kleintjes hadden een
behoorlijke klap gehad. Toen er weer wat leven in en geluid uit kwam, diende
zich een ander probleem aan. Toen ik de kleintjes bij Madonna in de kennel wilde
leggen, moest ik dat bekopen met een paar fikse bloedende schrammen. Ik had ze
uiteindelijk in een bakje gelegd voor het mandje waar de poes in zat, maar die
zat er verontwaardigd naar te kijken. Wat moest ze met die krijsende
wolbaaltjes? Het gegil was tot achter in de straat te horen. Eén van de
kleintjes zag kans op eigen kracht naar de moeder toe te komen. De andere twee
hadden daar de kracht niet voor. Ik stak mijn hand in de kooi om ze te helpen,
maar kon weer de pleisters pakken. Tenslotte lukte het om ze met een kartonnen
koker bij moeder in het mandje te wippen. Even later ging het gegil over in een
sabbelend geluid. Toen werd het stil.
Vijf weken heb ik de kleintjes niet gezien. Veilig zaten
ze verscholen in het mandje onder de zwarte manen van Madonna, die geen
nieuwsgierige blikken toeliet. De stilte in de kennel werd alleen onderbroken
door het drinken van de kittens. Het enige waaruit ik kon vermoeden dat alles in
orde was. Nu waagden ze zich buiten het mandje. Voorzichtig begonnen ze de
kennel te verkennen. In de kennel stond een doos. Omdat deze te hoog was voor de
kittens om erin te klimmen, maakte ik een rond gat aan de onderkant, waar ze
doorheen konden kruipen. Dit leverde het poesje (de andere twee waren katertjes)
haar naam op: Clowntje.
Clowntje kroop niet door het gat, maar hees zich boven het
gat omhoog aan de rand van de doos. Balancerend op de rand keek ze naar beneden
en zag daar iets spannends bewegen. Haar eigen staartje stak door het gat.
Graai, graai, pats! Clowntje stond recht overeind op haar kop, met haar staart
recht in de lucht. Net een kaars. Ze klauterde overeind, klom weer op de rand.
Opnieuw stak haar staart door het gat. Graai, graai, pats! Clowntje was weer
kaarsje. Dit heeft zich enkele malen herhaald. Als ik een video had gehad, had
ik het niet kunnen filmen van het lachen. Tranen in mijn ogen en buikpijn had ik
ervan. Nu, zeven jaar later, haalt Clowntje nog steeds malle streken uit.
Toen Clowntje een jaar of twee was, werd ze ziek. Geen
duidelijke symptomen van een bepaalde kwaal, maar ze wilde niet eten en was
lusteloos. Ze lag de hele dag op bed, bij voorkeur tegen de buik van mijn oudste
kater Nimrod. Ik kwam steeds bij haar kijken, gaf haar een knuffel en praatte
tegen haar: "Is Clowntje een beetje ziek?" Na enige tijd werd Clowntje
weer beter, en een poos later lag ik met griep op bed. Clowntje en Nimrod lagen
tegen mijn rug aan. Af en toe voelde ik Clowntje over me heen klimmen. Ze kwam
even bij mijn gezicht kijken alsof ze wilde vragen: "Is Jantje een beetje
ziek?" Dan kroop ze terug naar Nimrod's buik, om even later weer bij mij te
komen kijken, precies zoals ik had gedaan toen Clowntje ziek was.
Jan Kruizinga
|